Language:
016 / 230 777 & 016 / 232 707

AN OLAERTS LEERT ZICHZELF PIANOSPELEN

 

De notenkraakster

An Olaerts hield als kind van de valse piano van haar grootmoeder én ze was verliefd op Richard Clayderman, maar ze leerde nooit muziek spelen. Tot nu. Net voor de lockdown heeft ze een piano in huis gehaald.

An Olaerts

Vorig jaar, net voor de lockdown, stond er een auto met de koffer open op het trottoir. Ik hief er een piano in. Ze woog, maar hebzucht geeft kracht. ’s Anderendaags mailde de muziekwinkel bezorgd. Ze vonden mijn piano nergens. Ik antwoordde dat ik haar al had opgehaald. ‘Geroofd’ was misschien een beter woord. Ik kon niet wachten. Ik droom al zo lang, van een piano en van zélf spelen. Om mijn echtgenoot te sussen, koos ik voor huurkoop. '390 euro voor een jaar. Dan kan ze volgend jaar weer weg.’ Zo dekte ik me in tegen de bevlieging. Maar deze week heb ik het resterende bedrag gestort: 809 euro. De Roland F-140R is voorgoed van mij. Hij staat naast de ijskast met de cactus. Daar neem ik iedere avond een bootje. Heerlijk is het om weg te drijven op een melodie van Jef Neve. Ik speel bovendien zélf. Mijn grootmoeder moest het horen!

Amadeus op VHS

Oma had een piano. De zwarte valsaard stond in de grote living. Na school mocht ik er soms op spelen: ‘Broeder Jacob’ tot in den treure en iets wat ik heb onthouden als de ‘Biefstukkenmars’. Nog erger waren wellicht mijn improvisaties. De noten (vooral de lage) schoten weg, als elastieken uit een oude onderbroek. Dan riep oma van uit de kleine living: ‘Kom nu maar een mandarijntje eten.’ De klep ging dicht. Links was een grote houtsplinter weg. De piano stond er al bij het bombardement in 1944. Je zou voor minder vals worden. Ik zette het mandje met droogbloemen en de knobbelplant terug op hun plaats. Naar de muziekschool ging ik nooit. Het kwam er gewoon niet van. Mijn tantes kunnen nochtans allemaal pianospelen. En ook mijn ouders zaten als kind op notenleer. Maar oefenen op de piano was een gevecht dat ze mij niet doorgaven. Ik leende ‘Ballade pour Adeline’ van Richard Clayderman uit de gemeentelijke discotheek. Nu werkt het allemaal op de zenuwen. Geen slecht woord over de piano, maar die griezelige drummetjes erbij! Soft kan zo makkelijk hardcore vervelend worden. Mijn neefjes lachten me uit met Richard Clayderman. Zij gingen namelijk wél naar de muziekschool. Ze kenden Mozart, Bach en Beethoven. Met Nieuwjaar keken ze naar Amadeus op VHS. Ik vond alleen maar dat die mens overdreven hard lachte. De rest ging aan mij voorbij. Heel lang.

Michael Nyman

Maar in 1993 was er ineens de ijzeren wijsvinger van Ada McGrath. Die tikte op een witte toets in The piano. Het was een scène die indruk maakte. De filmmuziek was van Michael Nyman. ‘If’, ook van Nyman, is inmiddels een van mijn lievelingsliedjes. De melodie is intriest. De troost is van de mooiste die er bestaat. Hoe doen pianoklanken dat? Je kunt zoiets toch niet zomaar wijten aan de fysica van metalen snaren? Misschien zijn het de vilten hamertjes die het hem doen. Of misschien moet een mens er gewoon niet over nadenken. Voor je het weet, zit je met een recept en is bandwerk het volgende. Liever laat ik me raken zonder precies te weten waarom. Een piano doet hetzelfde als de zee. Het heeft te maken met golven en voelen hoe je meetrilt in een grote geschiedenis van allemaal mensen. Ik moest eraan denken toen mijn eerste eigen Roland F-140R in de woonkamer lag. De kartonnen doos zag eruit als een lijkkist voor gierigaards. Ik werd er bang van. 88 toetsen, bluetooth, sensortechnologie, 3D Ambience-effect, zo veel technisch vernuft voor geen kunde van mijn kant! Zou ik genoeg discipline hebben om zélf piano te leren spelen? Zonder notenleer. En nog gevaarlijker, zonder pianoleraar. Gelukkig ging het land op slot. Pianoleraren aan huis werden verboden. Hoefde ik me daar alvast niet druk over te maken.

Zonder kruisen of mollen

Op de Boekenbeurs van Harmonie Concordia, jaarlijks in Zaal Van Eyck te Maaseik, kocht ik voor één euro een boek met First Grade Piano Pieces, van de genaamden Jessie Blake & Hilda Capp. Sehr leichte Klavierstücke, vermeldde de kaft. Binnenin stonden tips in potlood. ‘1. noten benoemen 2. handen apart 3. hardop meetellen. ’Het waren wenken van een échte pianoleraar. Ik kon de noten niet benoemen. Ik wist niet waar ik mijn linkerhand moest leggen. En aan tellen heb ik sowieso een gloeiende hekel. De ingebouwde metronoom van de huurkooppiano maakte me nerveus. Zo dwingend, zeg! En Youtube bracht geen soelaas. Kop noch staart kreeg ik eraan. Daar zat ik met mijn slanke pianohanden en mijn principe om geen geld uit te geven aan een piano-app. Apps zijn broodroof voor de pianoleraar! Apps zijn ook niet romantisch. Ik appte een vriendin die kan pianospelen. ‘Help! Ik begrijp de geheime codes niet, in het begin van die balken!’ Ze antwoordde in nog meer raadselen. ‘Het stuk is geschreven met één kruis, dus in fa groot. Normaal begin je met do groot, zonder kruisen of mollen. Mollen zijn een halve toon lager.’ Ik downloadde een probeerversie van SimplyPiano. Al na 38 procent van de pianobasics bleek de app niks voor mij. Te veel vuurwerk, teveel fun en te veel paars. Ik schakelde over naar Flowkey, een saaiere app. Ik nam meteen een abonnement voor een heel jaar. Hoeveel lessen van een echte pianoleraar had ik hiermee kunnen betalen? 129 euro, het moest volstaan om mezelf te verplichten om te blijven oefenen. Het begon goed.

Musette aan de telefoon

Ik leerde ‘Ode an die Freude’, met twéé handen. Ik speelde ‘Musette’ aan de telefoon voor mijn vader. ‘Weet je dat dit van Bach is, papa!' Daarna vloekte ik op een slaapliedje van Brahms en op het ‘Zwanenmeer’. Hoe zoiets simpels tegelijk zo mooi en zo moeilijk kan zijn! Mijn lange pianovingers ten spijt. Ik ergerde me kapot aan ‘London Bridge’ (‘is falling down, falling down’). De tablet stond aan. Bovenaan speelden twee handen op een klavier. Beneden schoven notenbalken voorbij. Flowkey luisterde naar mijn spel, eerst via de microfoon, daarna via bluetooth. Want ik moest een hoofdtelefoon op. Het huishouden klaagde over altijd maar dezelfde liedjes. En of het niet wat zachter kon. Wat een gemekker. Ze konden niet verstaan wat Jessie kwaakte op Disney Channel. Zo sleet ik dagen en weken tussen de koelkast en een oud Mariabeeld. Het ging vooruit, maar te weinig. Eerder nog dan pianospelen leerde ik jongleren met drie balletjes. En toen kwam Jef Neve voorbij. Op Facebook werden zijn muziekboeken aangeprezen, mét Youtubefilmpjes, ook voorbeginners. Ik bestelde Start, voor 19 euro. Toen het dunne pakje in de brievenbus viel, bleek het een heel mooi boek: blauw, stijlvol, met een hert op de kaft, gesatineerd papier. De partituren slingerden het hele najaar rond in de huiskamer. Ik deed er niets mee. Tot de muziekwinkel een bericht stuurde. Het jaar was om, de huurkoopformule op. Ik kon kiezen. Of ik bracht de piano terug. Of ik kocht de piano. Of ik kocht een duurdere piano.

Bim, bam, bom

‘Dag Lieve Caerts’, schreef ik. ‘Ik heb niet genoeg geoefend dit jaar, maar ik koop de piano toch. Zal het saldo van 809 euro overmaken.’ Het was een hoop geld. Ik begon meteen opnieuw te oefenen. Waar was het boek van Jef Neve? In de spleet tussen de piano en de ijskast! De eerste compositie was getiteld: ‘Opening of the festival’. Ik luisterde ernaar op Youtube, want ondanks Flowkey en de geleverde inspanningen, kan ik nog altijd geen noten lezen zoals letters. ‘Deze eenvoudige melodie omvat de stilte voor de storm’, zei Neve over zijn compositie. ‘De muzikanten zitten achter het gordijn klaar op het podium, verzonken in een diepe concentratie, wachtend op het doek dat zo meteen zal opengaan.’ Het was mijn seance niet. Ik beet me de tanden kapot op die noten. Maar om moed te rapen, hoefde ik alleen te luisteren. Het clipje op Youtube duurt nauwelijks 40 seconden. Geen idee hoe, maar de melodie schept me telkens op. Ik stap in het bootje en begin te roeien. Het is afgebladderd en het wiebelt. Nondedju. Opnieuw. Fout. Mens, let toch eens op. Wat heb jij eigenlijk aan die pianohanden? Niks! Kloterij. Aan de einder zie ik Jef Neve varen, beheerst, romantisch, met zijn witte, gesteven manchetten. Ik hamer noot per noot, bim, bam, bom. Ik ploeg door de sporen van de notenbalken. Terwijl Jef Neve een fijn pochetje in zijn fluwelen gilet steekt. Er zijn meer dan zeven verschillen, maar de piano is een piano. Ik krijg het eruit, het komt eruit! Overigens verheug ik me al op de volgende compositie uit het boek: ‘Reflection’. Ik kan het nog niet spelen. Maar als ik met mijn ogen dicht naar Jef Neve luister, dan zie ik de zon voorzichtig binnenvallen in de grote living. De zwarte valsaard is verdwenen en oma was blij toen ze doodging. Maar zolang er mandarijntjes zijn en pianomuziek, ben ik niet alleen.